Lees hier het reisverslag van regisseur Simonka de Jong
 
Vertrek van Schiphol met Sumchog, Pema, cameraman Wiro en geluidsman Rik. We hebben 10 loodzware koffers bij ons, met onder andere twee camera’s en twee geluidssets voor als iets het zal begeven op 5000 meter hoogte.  De harde schijven die mee zijn, zijn allemaal omgebouwd tot ‘solid state’ waardoor ze straks tegen de extreme hoogte zullen kunnen. Na het betalen van 300 euro overgewicht en een smeekbede bij de gate om een camera als handbagage mee te mogen nemen vertrekken we. Rik is eigenlijk ziek na een zware reis door Afrika met een andere crew, maar besloot gelukkig toch om mee te gaan.
 
We maken een tussenstop in New Delhi, waar we een paar uur kunnen slapen in een hotel op de luchthaven. Daar merkten we al gelijk dat Pema en Sumchog twee absolute chaoten zijn. Sum is er vooral goed in om kamers en de inhoud van haar koffers binnen 5 minuten in een absolute puinhoop te veranderen. Pema bleek voortdurend zijn portemonnee en mobieltje kwijt. In het hotel in New Delhi vergat hij zijn mobieltje en Sum haar boardingpass (hier kwamen we pas achter toen we al bij de gate stonden), waardoor we bijna de vlucht misten.
Na een korte vlucht komen we aan op Kathmandu airport, waar we de ontmoeting tussen Sumchog en Pema en hun 2 jongere zusjes willen filmen.  Maar Wiro wordt gelijk in zijn kraag gevat door een man van de security. We hebben een filmpermit voor Kathmandu, maar die blijkt niet voor het vliegveld te gelden. Een extra permit kost 130 euro. We besluiten toch stiekem te gaan draaien, we hebben maar 5 minuten materiaal nodig. Maar dan slaat ineens de stress toe bij geluidsman Rik, wiens mixer niet werkt. Zwetend en met een knalrood hoofd draait hij aan de knoppen. Ondertussen wachten de jongere zusjes braaf onder een paraplu in de regen. Maar dan zie ik Sumchog en Pema in de verte aankomen. Ze zouden wachten op een seintje, maar vonden dat het nu wel lang genoeg geduurd had. Ik stuur ze streng terug, terwijl Rik steeds wilder aan zijn mixer draait en steeds zijn hoofd schudt. Zijn overhemd is inmiddels geheel doorweekt. Wiro wordt ondertussen steeds lastig gevallen door mannen van de security die gebaren dat er niet gefilmd mag worden. We besluiten zonder Rik te gaan draaien, met de cameramicrofoon en een zendertje, en de security mannen te negeren. Rik blijft hoofdschuddend in een hoek zitten en mompelt: ‘dit is het moment dat ik een hartaanval zou kunnen krijgen’.  Wiro begint  te draaien, terwijl ik Sumchog en Pema gebaar dat ze eindelijk kunnen komen.

Daarna snel bagage inladen en naar het hotel. Rik gaat gelijk naar het chique Summit hotel om uit te rusten, wij gaan met de kinderen naar het Rokpa guesthouse zodat we de volgende dag in het kindertehuis kunnen gaan draaien met een Nepalese geluidsman.

 
De Nepalese geluidsman blijkt geen eigen apparatuur te hebben, en Rik’s mixer is te ingewikkeld om uit te leggen, dus komt Rik toch naar Rokpa om met ons te draaien. We filmen een paar prachtige scènes in het kindertehuis, onder andere dat Sum een enorme stok met 20 ballonnen op straat koopt om aan de weeskinderen uit te delen, die helemaal door het dolle raken.
 
We gaan met de crew en de kinderen naar het Summit hotel aan de andere kant van de stad. Van daaruit zullen we de volgende dag vertrekken naar Dolpo. We baden nog even in de luxe, een tuin met bloemen en pagodes, een zwembad, schone kamers en lekker eten. Wiro en Rik trekken zich terug om het eerste materiaal te bekijken. Als ik even later hun kamer binnenkomen is het er ijzig stil. De heren zitten somber voor zich uit te staren. Er heeft zich een kleine ramp voltrokken. Al het materiaal van de eerste draaidag blijkt verdwenen te zijn. De aankomst op de vliegveld en de eerste ontmoeting in Rokpa zijn gelukkig wel bewaard. Wiro wilde materiaal overzetten naar een externe harde schijf (een Nexto DI) en er is iets mis gegaan. Hoe kan dit? We twijfelen of de Nexto DI wel betrouwbaar is. Heeft Wiro een fout gemaakt? Hij beweert bij hoog en bij laag van niet. Gelukkig blijkt de Nexto DI daarna wel goed betrouwbaar.

Sumchog, Pema en de jongere zusjes Dolma en Tsering hadden aparte kamers gekregen, maar geven er de voorkeur aan om met ze 4-en in een kamer te slapen (in 2 bedden).
 
We ontmoeten de simultaan vertaalster, Chimmi en vertrekken naar het vliegveld.  Daar ontmoeten we ook onze drie liaison officers, afgevaardigen van 3 Nepalese ministeries die met ons mee moeten om te controleren of we geen onoirbare dingen filmen. Ik krijg te horen dat we vooral geen vieze kinderen moeten filmen, want die zijn niet representatief voor Nepal. We vliegen met een klein vliegtuigje naar Nepalgansj in zuid-Nepal, waar het 35° C en vochtig is. Hier zullen we een nacht blijven om de volgende dag naar Dolpo te vliegen. In het hotel ontmoeten we onze gids Jeet, een gedrongen Chinees-uitziende man met ballonkuiten, die met zo’n zwaar accent Engels spreekt dat we er in het begin niets van verstaan. De assistent-gids is Tenzin, een knappe sterke jongen met spierwitte tanden en een aanstekelijke lach. Het baart ons wel zorgen dat ze allebei openlijk toegeven Dolpo slecht te kennen, maar dat komt allemaal goed beloven ze.
 
’s ochtends wordt om 4.30 am op de door gebonkt door een man in een vies politie-uniform, inclusief pet. Wake-up call. We ontbijten en vertrekken naar het vliegveld terwijl het zachtjes regent. Het gaat steeds harder regenen en de vlucht blijkt uitgesteld te zijn. Na uren wachten vertrekt het vliegtuigje eindelijk, 14 zitplaatsen op eenvoudige bankjes, de bagage onder een zeiltje in het midden. Na 45 min vliegen we angstaanjagend dicht langs een paar rotspunten en dalen dan scherp af naar Juphal. Met een enorme klap komen we neer op de landingsbaan, even denken we allemaal dat we er geweest zijn. Maar het blijkt een hele normale landing, er liggen nu eenmaal grote stenen op de landingsbaan. Vanaf Juphal begint onze tocht. We moeten alle bagage ompakken in duffels, de koffers moeten we achterlaten. Alle bagage wordt op de 14 muilezels vastgebonden. We hebben een ‘generator-ezeltje’ (die de 2 generatoren draagt, in heel Dolpo is geen electriciteit om de camera’s op te laden) en een ‘benzine-ezeltje’. Iedere keer dat we langs een ravijn of een kolkende rivier lopen duimen we dat zijzelf en vooral deze twee ezeltjes het zullen redden. Anders is er geen film. Naast de ezels  zijn er nog 7 dragers annex keukenhulpjes, een kok, en 3 muilezeldrijvers. We lopen in 4 uur naar Dunai door een prachtig groen en liefelijk landschap. Pas als de avond aanbreekt beginnen de problemen. Er blijken te weinig tenten te zijn, de gids had niet doorgekregen dat er ook liaison officers en een tolk mee zouden gaan. Die arme mannen moeten nu met z’n drieeen in een piepklein lekkend tentje, terwijl de gids zijn tent afstaat aan de vertaalster en Sumchog. De drie muilezeldrijvers maken van zadels en bagage muurtjes, met een zeil eroverheen is het een tent.
 
De volgende ochtend lopen we urenlang langs een bruine woeste rivier. Onderweg draagt Wiro meestal de kleine camera en Rik zijn mixer zodat we snel kunnen draaien als er iets gebeurd. Het regent nauwelijks en het is snikheet als de zon doorbreekt. We hebben gelijk een rustdag in Tarakot, een paar huisjes naast de rivier, om te acclimatiseren aan de hoogte. We wassen ons haar onder een straal warm water uit een grote theeketel.  Iedere avond eten we in een grote tent waar het stikt van de vliegen.  De kok is inventief, we eten niet alleen heerlijke Nepalese Dal Bat, maar ook westerse pasta, pizza (uit een pan), en toetjes van ingeblikt fruit. Maar gedurende de tocht raken steeds meer ingrediënten op en wordt het eten steeds kariger.

Het begint ook steeds meer te regenen, soms lopen we urenlang in onze poncho’s en kamperen we in een modderveld. Overal muilezelpoep. De meeste tenten blijken te lekken, de slaapzakken van de kinderen zijn doorweekt. Natte sokken zijn niet meer droog te krijgen.  Iedere ochtend worden we om 6 uur gewekt met een kopje thee en een kom warm water om ons mee te wassen.  Om 7 uur beginnen we met lopen. De gids zegt iedere dag weer opgewekt dat we vast om 2 uur smiddags al op de volgende kampeerplek zullen zijn, maar we blijken langzaam te lopen door alle modder, en het draaien onderweg. Voor 18 uur zijn we geen enkele keer aangekomen. Het lopen door de regen is veel zwaarder dan we dachten. Hoe hoger we komen, hoe kaler het landschap.
 Als we bijna bij het eerste Tibetaanse dorp zijn (Do Tarap), komen we een Tibetaanse vrouw op een klein paardje tegen die ons vertelt dat er iemand is die ons zoekt. Een lange man in een rood gewaad. De vader is naar Do Tarap gekomen! En dat terwijl Pema hem eerder aan de telefoon bezworen had in het dorp te blijven en ons niet te komen ophalen. Gelijk stress. Na een hele dag lopen in de regen moeten we ook nog draaien. In de verte zien we al een stipje aankomen. We proberen alles in razend tempo draaiklaar te maken en Rik plaatst vloekend zendertjes. De ontmoeting is nogal onderkoeld. De kinderen en vader stoten ritueel met hun voorhoofden tegen elkaar aan en dat is het. Ik had het me anders voorgesteld, zeker voor Sum die haar vader voor het eerst sinds 10 jaar weer ziet. De vader loopt vanaf nu met ons mee, en moet er ook nog bij in een tentje, net als het 10-jarige neefje dat hij heeft meegenomen, en een buurvrouw met een klein kindje die ook richting Karang moeten.

Na een flinke klim zijn we  op 4000 meter hoogte aangekomen. Ik wordt de volgende ochtend wakker met opgezwollen ogen, hoofdpijn en misselijkheid. Hoogteziekte. Gelukkig hebben we een rustdag en kan ik in mijn tent blijven. Het kleinste zusje Tsering heeft al dagenlang een steenpuist op haar rug, en nu begint er bij Sum ook een op te komen. We zijn allemaal chagrijnig en uitgeput. Het proviand voor onderweg is al danig geslonken en ik probeer in het dorpje aan koekjes te komen, met behulp van tolk Chimmi. Er lijkt geen winkeltje te bekennen, maar het blijkt dat er in een aantal huiskamers van alles wordt verkocht. Vooral drank en koekjes geïmporteerd uit China. De koekjes blijken erg prijzig te zijn, omdat ze hier via dagenlang lopen en een vliegtuigje moesten komen, maar ik sla toch een grote voorraad in voor tijdens het lopen.

Die avond filmen we een intiem gesprek tussen vader en zijn kinderen. We mogen draaien in een kamertje van een lokale familie. Wiro heeft gelukkig een grote led-lamp mee, om voor extra verlichting te zorgen. Voor het eerst zal tolk Chimmi simultaan het gesprek vertalen voor mij, zodat ik weet wat we moeten draaien en waar het gesprek over gaat. Het is een ingenieuze constructie waarbij Chimmi in een ander kamertje zit en via een zendertje alle geluidssporen van Rik binnenkrijgt en zo het gesprek kan volgen. Ze spreekt dan haar vertaling in in een ander zendertje, zodat ik dat in een oortje kan horen en Wiro signalen kan geven. Het blijkt nog knap ingewikkeld te zijn, vooral omdat ik Chimmi’s Engels slecht kan begrijpen, ze vaak minimaal 2 minuten achterloopt met haar vertaling en soms wel erg globale samenvattingen geeft (‘they talk about trip, they talk about trip’, vertaalt ze minutenlang).

De volgende dag begint de steile klim naar de hoogste pas van 5000 meter. We kamperen onder de pas in een prachtige roze bloemenweide en filmen hoe de kinderen bloemenkransjes vlechten en Pema Dolma’s rug verzorgt (ze was van het paard gegooid).  Na het draaien stort Rik volledig in. Hij roept al dagenlang dat hij niet op een paard wil, maar de volgende dag moet hij er toch aan geloven. Zijn mixer, die hij nooit en te nimmer wil afstaan, moet hij toch laten dragen door Vader, die er komisch uitziet zo in zijn traditionele kleren met een mixer om zijn nek.

Dan bereiken we de pas, het is helder weer en we zien voor het eerst sneeuwpieken in de verte. We gaan half rennend naar beneden, ik heb weer knallende koppijn vanwege de hoogte en wil zo snel mogelijk lager zijn. Wiro wil af en toe stoppen voor het maken van landschapsshots, maar de persoonlijke drager van zijn camera  blijkt steeds kilometers vooruit gelopen te zijn. Eindeloos roepen werkt soms, dan zien we de eigenwijze jongen snel terugrennen langs de bergwand, maar vaak zijn we hem ook helemaal kwijt en is Wiro hevig gefrustreerd.

Mijn blog-aantekeningen stoppen vlak voordat we in het geboortedorp van de kinderen aankomen. De week dat we in het dorp bleven, was zo intensief, dat er geen tijd voor schrijven meer overbleef. We waren aan het draaien van s’ochtends vroeg tot ’s avonds laat en ook de 10 dragen terug lopen naar de landingsstrip was veeleisend. Mijn aantekingenboekje verdween ergens onder in een tas en kwam er niet meer uit.

Maar uiteindelijk toont The Only Son wat het resultaat van alle inspanningen was...